St. Martin's Church

Dokkum, Netherlands

Like many churches in Friesland, St. Martin's Church was built on a terp, a heightened piece of land to protect whatever was on it from floods. Several churches had been standing on this spot before this one, although the terp had been at least two metres lower when the first church was built. The current church dates from the early 15th century and was named St. Martinus until the Reformation of 1580, when it was conficated for protestant use. Although it also served as a pilgrims church in memory of St. Boniface, who had been murdered nearby in the year 754.

Originally St. Martin was a one-aisled building in Gothic style. The northern side-aisle was added in the late-16th century and has round-topped windows. For the construction of this side-aisle stones were used of the abbey-church that was demolished in 1589 as a result of the Reformation, and that had been standing next to this church. The facade of the original aisle has a stepped gable, a 20th-century reconstruction of an old situation as known from old drawings. At the back, built directly against the choir, is a consistory with a facade dating from 1734.

References:

Comments

Your name



Address

Markt 2, Dokkum, Netherlands
See all sites in Dokkum

Details

Founded: 15th century
Category: Religious sites in Netherlands

More Information

www.archimon.nl

Rating

3.6/5 (based on Google user reviews)

User Reviews

Jan Ginjaar (2 years ago)
Mooie grote kerk. Van buiten en van binnen ziet het er prachtig uit. Het geluid (de accoustiek) in deze kerk is prima
Martin Schuthof (3 years ago)
Dirk Osinga (3 years ago)
Dynamische , historisch interessante omgeving. Vlakbij de ijsfontein die wordt gerealiseerd.
Leo J.F. de Ruiter (3 years ago)
De Grote Kerk van Dokkum is gewijd aan Sint Maarten. Die kennen wij vooral dankzij de lampionoptochten rond of op 11 november, zijn naamdag, zoals die in diverse streken van ons land nog steeds gehouden worden. Overigens wordt zijn naamdag in zeker vijftien andere Europese landen ook gevierd. Wie was die heilige? Rond 360 werd Septimius Severus geboren, en hij beschreef het leven van zijn leermeester, Sint Maarten. Daarbij heeft hij echter weinig oog voor concrete data, al noemt hij wel bij bepaalde gebeurtenissen de leeftijd van de heilige. Ook bisschop Gregorius, die twee eeuwen later bisschop van Tours was, heeft een uitgebreide geschiedenis geschreven waaruit blijkt, dat Sint Maarten in 316 of een jaar later geboren is, in juli 371 bisschop van Tours werd en ruim 26 jaar later, toen hij 81 was, overleed. Toen hij 12 jaar was, wilde hij al gedoopt worden. Dat gebeurde later: op zijn 15e werd hij Romeins soldaat. Tegen zijn zin, lijkt het. Pas drie jaar later liet hij zich toen dopen. Nu zijn niet alle oude bronnen even betrouwbaar en dat geldt zeker voor heiligenlevens. Maar het verhaal is mooi: als Romeins soldaat zou hij medelijden gekregen hebben met een bedelaar bij de stadspoort van Amiens. Toen sneed hij zijn mantel in tweeën om de bedelaar warmte te kunnen bieden. Waarom in tweeën? Een Romeins soldaat betaalde de helft van zijn jas zelf. De andere helft was Romeins eigendom. Vandaar dus de helft. Deze gift was op zichzelf al reden om hem heilig te verklaren. Sint Maarten geldt door zijn delen met de ander, zijn vrome leven en zijn vele wonderen als pleitbezorger van de armen en van de kinderen. Geen wonder, dat hij zo vereerd zou worden. De Grote Kerk van Dokkum is niet bepaald de enige kerk die in ons land aan hem gewijd is. Heel bekend zijn de Domkerk in Utrecht en de Martinikerk in Groningen. In de provincie Friesland zijn ruim dertig kerken aan hem gewijd. En als u zijn spoor in Frankrijk zou willen volgen: zeker 238 plaatsen daar zijn naar hem vernoemd (in Nederland ook enkele). De Grote of St. Martinuskerk staat op de Grote Markt in Dokkum. De huidige Kerk stamt uit de 15e eeuw. De Sint Martinus Kerk is van oorsprong een langhuisbouw-zaal-kerk met sobere gotische vensters. De kerk heeft op de westzijde een trapgevel. De huidige Sint Martinus Kerk is niet de eerste Kerk die op deze plaats staat. Er zijn tenminste drie houten Kerken aan de huidige van tufsteen gemaakte Kerk vooraf gegaan. Dokkum geniet internationale bekendheid omdat in 754 Bonifatius in de omgeving van Dokkum werd gedood. Dokkum is vanaf de middeleeuwen ook de vestigingsplaats van een klooster dat vanaf de 13e eeuw door de Norbertijner orde wordt uitgeoefend. In 1298 kreeg Dokkum na Stavoren, Harlingen en IJlst als vierde stad van Friesland stadsrechten. In de Grote Friese Oorlog doet het Geallieerde leger onder leiding van Fokko Ukena een aanval op Dokkum (1418). Na enkele schermutselingen met de Schieringer verdedigers geven deze zich over en is de stad overmeesterd. In de Tachtigjarige Oorlog tegen Spanje was Dokkum een belangrijke pion in de strijd. In 1572 was de stad enkele uren in handen van de Geuzen. Na 1579, toen Dokkum zich aansloot bij de Unie van Utrecht begon een tijdperk van rust. Het roomse klooster en de kloosterkerk worden in 1589 gesloopt, de toren van de kerk blijft tot 1832 het stadsbeeld bepalen. De preekstoel en doophek zijn naar ontwerp van de Leeuwarder architect Sjouke Noteboom met snijwerk van Yge Rintjes. De versieringen zijn in de rococo stijl en daarom erg krullerig. Het orgel van de Sint Martinus Kerk. De kast van het orgel stamt uit 1688 en het binnenwerk stamt uit 1979. Dokkum geniet internationale bekendheid omdat in 754 Bonifatius in de omgeving van Dokkum werd gedood. Dokkum is vanaf de middeleeuwen ook de vestigingsplaats van een klooster dat vanaf de 13e eeuw door de Norbertijner orde wordt uitgeoefend. Vervolgens kwam de 80 jarige oorlog en de reformatie. Het roomse klooster en de kloosterkerk worden in 1589 gesloopt, de toren van de kerk blijft tot 1832 het stadsbeeld bepalen.
Martin de Vries (3 years ago)
Powered by Google

Featured Historic Landmarks, Sites & Buildings

Historic Site of the week

Quimper Cathedral

From 1239, Raynaud, the Bishop of Quimper, decided on the building of a new chancel destined to replace that of the Romanesque era. He therefore started, in the far west, the construction of a great Gothic cathedral which would inspire cathedral reconstructions in the Ile de France and would in turn become a place of experimentation from where would later appear ideas adopted by the whole of lower Brittany. The date of 1239 marks the Bishop’s decision and does not imply an immediate start to construction. Observation of the pillar profiles, their bases, the canopies, the fitting of the ribbed vaults of the ambulatory or the alignment of the bays leads us to believe, however, that the construction was spread out over time.

The four circular pillars mark the start of the building site, but the four following adopt a lozenge-shaped layout which could indicate a change of project manager. The clumsiness of the vaulted archways of the north ambulatory, the start of the ribbed vaults at the height of the south ambulatory or the choice of the vaults descending in spoke-form from the semi-circle which allows the connection of the axis chapel to the choir – despite the manifest problems of alignment – conveys the hesitancy and diverse influences in the first phase of works which spread out until the start of the 14th century.

At the same time as this facade was built (to which were added the north and south gates) the building of the nave started in the east and would finish by 1460. The nave is made up of six bays with one at the level of the facade towers and flanked by double aisles – one wide and one narrow (split into side chapels) – in an extension of the choir arrangements.

The choir presents four right-hand bays with ambulatory and side chapels. It is extended towards the east of 3-sided chevet which opens onto a semi-circle composed of five chapels and an apsidal chapel of two bays and a flat chevet consecrated to Our Lady.

The three-level elevation with arches, triforium and galleries seems more uniform and expresses anglo-Norman influence in the thickness of the walls (Norman passageway at the gallery level) or the decorative style (heavy mouldings, decorative frieze under the triforium). This building site would have to have been overseen in one shot. Undoubtedly interrupted by the war of Succession (1341-1364) it draws to a close with the building of the lierne vaults (1410) and the fitting of stained-glass windows. Bishop Bertrand de Rosmadec and Duke Jean V, whose coat of arms would decorate these vaults, finished the chancel before starting on the building of the facade and the nave.

Isolated from its environment in the 19th century, the cathedral was – on the contrary – originally very linked to its surroundings. Its site and the orientation of the facade determined traffic flow in the town. Its positioning close to the south walls resulted in particuliarities such as the transfer of the side gates on to the north and south facades of the towers: the southern portal of Saint Catherine served the bishop’s gate and the hospital located on the left bank (the current Préfecture) and the north gate was the baptismal porch – a true parish porch with its benches and alcoves for the Apostles’ statues turned towards the town, completed by an ossuary (1514).

The west porch finds its natural place between the two towers. The entire aesthetic of these three gates springs from the Flamboyant era: trefoil, curly kale, finials, large gables which cut into the mouldings and balustrades. Pinnacles and recesses embellish the buttresses whilst an entire bestiary appears: monsters, dogs, mysterious figures, gargoyles, and with them a whole imaginary world promoting a religious and political programme. Even though most of the saints statues have disappeared an armorial survives which makes the doors of the cathedral one of the most beautiful heraldic pages imaginable: ducal ermine, the Montfort lion, Duchess Jeanne of France’s coat of arms side by side with the arms of the Cornouaille barons with their helmets and crests. One can imagine the impact of this sculpted decor with the colour and gilding which originally completed it.

At the start of the 16th century the construction of the spires was being prepared when building was interrupted, undoubtedly for financial reasons. Small conical roofs were therefore placed on top of the towers. The following centuries were essentially devoted to putting furnishings in place (funeral monuments, altars, statues, organs, pulpit). Note the fire which destroyed the spire of the transept cross in 1620 as well as the ransacking of the cathedral in 1793 when nearly all the furnishings disappeared in a « bonfire of the saints ».

The 19th century would therefore inherit an almost finished but mutilated building and would devote itself to its renovation according to the tastes and theories of the day.