Veltwijck Castle

Ekeren, Belgium

Veltwijck castle consists of a U-shaped water castle from the 16th century, situated inside a rectangular moated country park, and a U-shaped farmyard on the north side with a gatehouse. The castle was built in Renaissance style.

Comments

Your name



Details

Founded: 16th century
Category: Castles and fortifications in Belgium

Rating

4.3/5 (based on Google user reviews)

User Reviews

Jan Torfs (19 months ago)
Dit prachtige en goed bewaarde kasteel ligt in het centrum van Ekeren en leunt aan tegen het grote natuurreservaat De Oude Landen. Een gecombineerd bezoek aan het waterkasteel en het achterliggende natuurgebied vormt een ideale uitstap voor een volledige dag. Tussen 1949 en 2019 werd het kasteel achtereenvolgens geklasseerd als beschermd monument , bouwkundig erfgoed en als landschap. De Ekerenaars mogen hier dus terecht fier op zijn.
Carol Bamps (19 months ago)
Complex in traditionele bak- en zandsteenstijl, bestaande uit een U-vormig waterkasteel uit de 16de eeuw, gelegen binnen een rechthoekig omgracht landschapspark, en een U-vormig neerhof aan noordzijde met centraal poortgebouw, door een gekasseide lindedreef verbonden met de Veltwijcklaan. In een akte van 3 november 1545 is er sprake van de gedwongen verkoop van een hoeve op deze plaats. De oudste vermelding van het "Hof van Veltwijck" dateert van 1565. Zo genaamd naar de eerste eigenaar, Aert Van Veltwijck, een Antwerpse poorter die hier een "hof van plaisantie, een omwaterd lusthof", liet oprichten: een gesloten vierkant complex met vier slanke hoektorens te midden van een vijver (zie schilderij trapzaal). Tijdens het beleg van Antwerpen (1584-1585) kwam het complex leeg te staan en raakte het in verval. Eigenaars en verbouwingen volgden elkaar op; onder meer Lucas van Opmeer (circa 1656) die het kasteel een grondige opknapbeurt gaf. Vermoedelijk was het C. De Winter, een Antwerps koopman en eigenaar van 1754 tot 1780, die het kasteel aan de noordzijde liet openbreken en de gracht gedeeltelijk opvullen, zodat een U-vormig complex met binnenhof ontstond; voor de ingang werd in 1759 een beukendreef aangelegd. Circa 1905 werd het hoofdgebouw opgetrokken tot twee bouwlagen, samen met een algemene restauratie naar ontwerp van Blomme. Barones de Borrekens, eigenares vanaf 1902, verkocht het goed in 1929 aan de gemeente: het kasteel werd vanaf 1930 ingericht als gemeentehuis (sedert 1983 districtshuis) naar ontwerp van E. Bilmeyer en H. Claes; het park werd opengesteld voor het publiek (een gedeelte werd in 1931 verkocht als bouwgrond). Naar ontwerp van J. Boeren werd in 1966 een L-vormig paviljoen aansluitend op de dienstgebouwen opgericht. In 1980 restauratie van de funderingen van het hoofdgebouw, waarvoor de slotgracht werd drooggelegd. De tweede fase voorzag in de restauratie der voorgebouwen; goedgekeurd door de gemeente op 27/9/1983 en uitgevoerd naar ontwerp van Rutger Steenmeijer en Wouter Vlaanderen. Hoofdgebouw heden ontruimd wegens bouwvalligheid. Algemene restauratie voorzien. U-vormig aaneengesloten en vrij gaaf bewaarde dienstgebouwen van één bouwlaag onder leien zadeldaken; centrale ingangstoren op vierkante plattegrond van drie bouwlagen onder peerspits (leien); doorgang met moer- en kinderbalken. Op noordwestelijke hoek nieuw L-vormig paviljoen van één bouwlaag onder schild- en zadeldak (leien). Verankerde baksteenbouw op gecementeerde plinten, gemarkeerd door zandstenen speklagen, negblokken en steigergaten; overkragende daklijsten, bij de toren op houten consoles. Gesloten noordgevel, tot vóór de restauratie met een tweetal rondboogdeuren en sporen van gedichte muuropeningen. Zuidgevel met getrapte dakvensters: houten laadluiken in zandstenen omlijsting met waterlijst op consoles. Rechthoekige muuropeningen, waaronder kruiskozijnen en een bolkozijn (ingangstoren), in zandstenen omlijsting. Rondbogige ingangspoort in zandstenen omlijsting met negblokken, imposten en sluitsteen. Ingangstoren met zandstenen zonnewijzer en uurwerk (17de eeuw), respectievelijk aan zuid- en noordgevel. Haakse vleugel aan oostzijde met zuidelijke trapgevel (7 trappen + overhoeks topstuk). Ten zuiden de oorspronkelijke erven, heden met Franse tuinaanleg.
Jasmine (2 years ago)
Beautiful domain with park and well-preserved castle
Sandra Esteves (3 years ago)
Nice garden, safe and clean
Sven G. (3 years ago)
Leuk voor wandelingen. Enkel onderhoud vijver mocht beter.
Powered by Google

Featured Historic Landmarks, Sites & Buildings

Historic Site of the week

Broch of Gurness

The Broch of Gurness is an Iron Age broch village. Settlement here began sometime between 500 and 200 BC. At the centre of the settlement is a stone tower or broch, which once probably reached a height of around 10 metres. Its interior is divided into sections by upright slabs. The tower features two skins of drystone walls, with stone-floored galleries in between. These are accessed by steps. Stone ledges suggest that there was once an upper storey with a timber floor. The roof would have been thatched, surrounded by a wall walk linked by stairs to the ground floor. The broch features two hearths and a subterranean stone cistern with steps leading down into it. It is thought to have some religious significance, relating to an Iron Age cult of the underground.

The remains of the central tower are up to 3.6 metres high, and the stone walls are up to 4.1 metres thick. The tower was likely inhabited by the principal family or clan of the area but also served as a last resort for the village in case of an attack.

The broch continued to be inhabited while it began to collapse and the original structures were altered. The cistern was filled in and the interior was repartitioned. The ruin visible today reflects this secondary phase of the broch's use.

The site is surrounded by three ditches cut out of the rock with stone ramparts, encircling an area of around 45 metres diameter. The remains of numerous small stone dwellings with small yards and sheds can be found between the inner ditch and the tower. These were built after the tower, but were a part of the settlement's initial conception. A 'main street' connects the outer entrance to the broch. The settlement is the best-preserved of all broch villages.

Pieces of a Roman amphora dating to before 60 AD were found here, lending weight to the record that a 'King of Orkney' submitted to Emperor Claudius at Colchester in 43 AD.

At some point after 100 AD the broch was abandoned and the ditches filled in. It is thought that settlement at the broch continued into the 5th century AD, the period known as Pictish times. By that time the broch was not used anymore and some of its stones were reused to build smaller dwellings on top of the earlier buildings. Until about the 8th century, the site was just a single farmstead.

In the 9th century, a Norse woman was buried at the site in a stone-lined grave with two bronze brooches and a sickle and knife made from iron. Other finds suggest that Norse men were buried here too.